zaterdag 3 september 2011

De wachtkamer


De wachtkamer


Ik ken er inmiddels aardig wat.
Die van de huisarts is groot, ruim, met gekleurde stoeltjes, stapels tijdschriften en altijd wel een expositie van een lokale kunstenaar. De huisarts of de ondersteuner komt je altijd persoonlijk halen, wat ik erg op prijs stel.
Die van de tandarts is wat kleiner. Sinds kort is de kapstok uit de ruimte, dat scheelt wel. Ik heb er altijd wel een gezellig praatje met de baliemedewerker. De tandarts zelf kletst regelmatig mee, wanneer zijn assistentes zelfstandig bezig zijn. Vaak gaat het over indisch eten, hij kookt graag voor grote gezelschappen.
De diƫtiste heeft een praktijk aan huis. Als ik moet wachten mag ik op een houten bankje zitten in de hal. Dan hoor ik de televisie in de huiskamer en ruik ik vaak nog wat er gegeten is die avond. Het is een sportieve familie, gezien de tennisrackets die onder de trap staan.
Bij de bloedafname in ’t ziekenhuis kan het behoorlijk druk zijn. Meestal zit ik er nuchter en kan het me niet kort genoeg duren. Rust om te lezen heb ik er niet. Mensen kijken is er wel altijd leuk.
De kaakchirurg heeft geen wachtkamer. Iedereen zit op de gang op zijn/haar beurt te wachten. Maar ook dat went, je komt echt wel aan de beurt.

Stel je voor… dat je niet weet in wiens wachtkamer je nu zit… En dat je niet weet waarop je eigenlijk wacht… Dat je je afvraagt of je ooit aan de beurt komt… wat doe je dan?